Na een rustige nacht in Cherbourg vertrekken we vroeg in de middag richting de Kanaaleilanden. We hebben het plan om naar Alderney te varen. Mirjam wil daar graag naar toe omdat daar het plaatsje St. Anne ligt. Vernoemd naar haar vader en naar Kiki (haar tweede naam is Anne). Alderney is zo’n 25 mijl varen. Langs Cap de La Hague en dan rechtdoor naar Alderney. Het is een kleine tocht maar wel een verraderlijke tocht. Vanaf Cap de la Hague staat een hele sterke stroming tot wel 12 knopen. Als de stroming de ene kant op staat en de golven door de wind en de zeedeining de andere kant op, kan het heel erg verraderlijk worden. Oppassen dus!

Cherbourg - Alderney

Cherbourg – Alderney

Sterke stroming

Gelukkig staat er weinig deining en we hebben stroom tegen. Door de sterke stroming, moeten we richting zee sturen om bij Alderney aan te komen. Eind van de middag zien we de rotskust van Alderney opdoemen. Hier moeten we opletten want we moeten langs een paar rotsformaties een baai in varen. Als de stroom je opzij zet, dan lukt het je niet meer om terug te varen en alsnog de baai binnen te varen. Je kunt dan het beste meteen doorvaren naar Guernsey.

De kust van Alderney

De kust van Alderney

Gelukkig gaat het binnenvaren van de baai prima en we gaan op zoek naar een mooring (ankerboei). Harald vaart voor ons en het is ontzettend druk in de baai. De havenmeester komt in zijn bootje naar ons toe varen en geeft ons de instructie om de laatste mooring in de baai, vlak voor de kust te pakken. Op zijn aanwijzing varen we naar de mooring toe en leggen aan. Dat is nog best lastig om een lijn van de punt door een oog op een boei te halen die ongeveer een meter lager in het water zit. Gelukkig is Mirjam een beetje lening en het lukt haar om de lijn door het oog te halen. Wij liggen vast!

De laatste mooring

Nog geen vijf minuten later komt er een motorbootje op volle snelheid naar ons toe en meldt ons dat deze mooring privé is en dat zij daar liggen. Daar gaat onze laatste plek…

We varen naar Harald en Sophia toe en besluiten om langszij te komen en samen aan de mooring te liggen. Is wel zo handig, anders moet je met de Gin en de Tonic in een bootje naar elkaar toe varen. Nu kunnen we gewoon overstappen.

Uitzicht op het fort vanaf de mooring

We liggen aan het einde van de baai, prachtig maar we liggen daar wel onbeschermd voor de deining. We gaan behoorlijk te keer en omdat onze boten een andere lengte en ander gewicht hebben, deinen ze ook niet gelijk. Tussen beide boten hebben we ongeveer 8 stootkussens zitten en het was best een klus om de lijnen zo vast te maken dat de boten maximale speling hebben maar toch goed aan elkaar blijven zitten. Zo de Gin Tonic mag op tafel! Het wordt snel donker en het is een prachtige wolkenloze nacht met een betoverende sterrenhemel. Proost!

Op ramkoers

We liggen vlak bij twee Belgische boten en we vragen ons af of dat wel goed gaat. Iedere 8 uur verandert het tij en stroomt het water de baai in en na acht uur de baai weer uit. De boten liggen dan acht uur de ene kant op en acht uur de andere kant op. Zolang iedere boot gelijktijdig draait is er geen probleem maar als dat niet synchroon gaat, kunnen de boten op elkaar botsen.

Onze Belgische buren op minder dan één scheepslengte van ons vandaan

In ons geval zou dat zo maar kunnen, maar we gaan slapen en hopen maar dat het goed gaat. De volgende ochtend word ik vroeg wakker en ga naar boven. Nog geen tien minuten laten kan ik onze Belgische buren nog afhouden en kan een botsing voorkomen. We gingen dus niet echt synchroon.

Site seeing

Harald blaast het bijbootje op en sluit de buitenboordmotor aan. Hij start hem en aan alle kanten komt de benzine eruit spuiten. Dat wordt niet varen! Gelukkig kunnen we de taxiservice bellen via kanaal 67 op de VHF en we worden opgehaald en afgezet bij de havenmonding van St. Anne. Harald, Sophia en de kinderen gaan even naar het strandje toe en wij besluiten om en wandeling naar het dorp te maken.

St. Anne

Via een stijle weg omhoog komen we in een ouderwets Engels dorpje aan. We zien een schattig kerkje waar we binnen een kijkje nemen. Er hangen diverse schaalmodellen van vissersboten en aan het plafond hangen oude, bijna geheel verweerde banieren.

The Parish church of St. Anne

We lopen door de winkelstraat op zoek naar een bank. Hier op de Kanaaleilanden kun je alleen met Jerseyponden betalen. We wisselen wat geld en gaan naar de plaatselijke landwinkel. We kopen een groot donkerbruin brood en brownies en vervolgen onze weg. Aan het einde van het dorp nemen we een hap van de brownie. Nog nooit hebben we zo’n lekkere brownie gegeten als in St. Anne.

Op naar Guernsey

Na de break lopen we verder naar de andere kant van het eiland, richting het vliegveld. We willen naar de bunker en de burcht toe maar het is helaas  te ver. We moeten ‘s middags weer verder om op tijd met de stroom naar Guernsey te varen.

Via de golfbaan en de rails terug naar de haven

Daarom snijden we de weg af en lopen via de golfbaan, een helling af en via het spoor bereiken we het strand. We eten een stuk van het heerlijke brood en drinken wat water.

Uitzicht op de baai met in de verte Phi

Daarna springen de meiden gauw nog even in het water en gaan we richting de haven. We hebben toch nog een kilometer of acht gelopen en het grootste deel van het eiland gezien. De taxiservice brengt ons naar de boot en we maken ons klaar voor de tocht naar Guernsey. Nog even de bakskist controleren. Weer water. Morgen moet ik echt nog een keer alles nalopen want we kunnen niet met zo’n lek de oceaan oversteken. Gelukkig heb ik de hulp van Harald, die weet overal raad op! Nog een klein weekje trekken we met elkaar op en dan gaan onze wegen scheiden, is de vakantie voorbij en gaat onze reis beginnen. Maar nu eerst naar Guernsey via de Alderney Swing. Dat belooft wat moois…