Iedere week is het weer een verrassing welke reacties ik krijg op de blog. Ik kijk er ook iedere keer naar uit. Het voelt als een cadeautje en het is natuurlijk leuk om te lezen dat de blog wordt gewaardeerd. De strekking van de reacties is vaak dat men het zo leuk vindt wat we doen.

Phi op een kabbelend zeetje in de baai van Muros (Spanje)

Daar zijn we het niet altijd mee eens overigens. Het beeld dat wij op een kabbelend zeetje, in de zon met een boek heerlijk genieten van het zeilen komt niet altijd overeen met de harde werkelijkheid bij ons aan boord.
Ik zal jullie een beeld te schetsen van een gemiddelde meerdaagse oversteek.

De voorbereidingen

Ruim voor vertrek, gribfiles, swell, verwachtingen voor het hele traject.
Havenmeester betalen, uitklaren (Marokko en Carieb). Boodschappen doen, al een hele onderneming op zich.

Fourageren voor de komende dagen

Eten maken voor de komende dagen (zal straks duidelijk worden waarom).

Alle spullen die we tijdens de oversteek nodig hebben op grijpafstand klaar leggen, maar niet los leggen. Alles moet vastliggen om het later terug te kunnen vinden. Motor controleren, afsluiters dicht, ramen dicht, diesel tanken, water tanken. Tijdig zeeziekte pillen nemen (voor wie het nodig heeft), boot klaar maken, tijdstip vertrek (hoog/laagwater) bepalen, haren in de staart, schoenen aan, bij slecht of koud weer zeilkleding aan, zwemvesten om, koers instellen in de plotter, laatste check, vertrek en de box uitvaren (wind, verkeer, etc.)

Het ruime sop

Haven uit (tenzij we ankeren), fenders weghalen, lijnen opbergen en dat voor de golfbreker want…
Na de golfbrekers krijgen de golven vat op de boot en begint het stampen en slingeren. Mirjam hijgt dan uit van haar workout (fenders, lijnen, rondom de boot) en is dan klaar voor haar cardiotraining. Het hijsen van de zeilen. Terwijl ik de boot zo soepel mogelijk door de soms meer dan twee meter hoge golven te manoeuvreren. Wij kunnen gelukkig alle zeilen vanuit de kuip hijsen, strijken en reven totdat er een lijntje ergens achter blijft haken, dan moet Mirjam soms met gevaar voor eigen leven het dek op om dat wat vast zit los te maken. Soms lukt dat Mirjam niet en wisselen we van rol en ga ik het dek op terwijl Mirjam dan de boot in bedwang probeert te houden.

We zeilen.

Kiki heeft meestal nergens last van

Als alle zeilen dan staan, kan het zijn dat een aantal spullen binnen toch niet goed vaststond. Dus moeten we soms toch even naar binnen en beneden om te controleren. Dit betekent dat Mirjam binnen een uur al diverse keren ondersteboven in de boot heeft gehangen om alles in goede banen te leiden waardoor haar evenwicht niet meer weet wat boven of onder is. Vandaar de zeeziektepillen. Niet iedereen heeft last van zeeziekte, maar Noor en Mirjam hebben er snel last van.

Noor is slaperig van de zeeziekte pil

Voor mij is het makkelijk want ik sta dan nog steeds op de beste plek aan boord, namelijk achter het roer en kijk strak naar de horizon. De meiden liggen intussen te chillen op de bank en ook zij krijgen vaak een zeeziekte pil. Kiki leest haar zoveelste boek of doet spelletjes Het effect van die pil is dat Noor op de beste plek in de kuip, liggend als een blok in slaap valt. Kiki ligt dan vaak met boek op de overgebleven plek. Nou hebben wij een prima grote boot, maar op dat soort momenten besef je dat we eigenlijk op een hele kleine ruimte leven. Degene die opstaat heeft pech want die plek wordt direct door één van ons ingenomen. De zeilen staan, we hebben onze plek ingenomen dus het inslingeren (het wennen aan de bewegingen) is begonnen. Nu kiezen we de juiste koers en zijn we eindelijk op weg. Achter ons verdwijnt langzaam de plek waar we het zo goed hadden.

Inslingeren

Dit inslingeren kan uren duren wat betekent dat je gedurende die tijd niet graag naar binnen wil of je ogen wilt afwenden van de horizon. Je lichaam heeft tijd nodig om te wennen aan al die bewegingen die de boot maakt.
Heb je iets nodig wat binnen ligt dan heb je pech gehad. Dat komt later wel. Moet je plassen. Tja, dat is een kwestie van keuzes maken. Wacht je tot je buikpijn krijgt of begin je aan je volgende workout. Moet je naar het toilet dan moet je naar binnen. Houd dan de basisregel in acht: “één hand voor de boot, één hand voor jezelf”. Je kunt op een slingeren boot niet zonder je vast te houden bewegen. Zelfs als je je vasthoudt, stoot je je hoofd, bots je met je lichaam tegen een keuken die op je af komt, word je  over de navigatietafel geworpen of weet ik veel wat voor andere acrobatische handeling er automatisch volgt na een golf.

Toilet

Ben je dan op de plaats van bestemming gekomen en voordat je de wc in kunt, dan komt de echte uitdaging. Houd maar eens één hand voor de boot en trek je zwemvest en dan je jas uit om vervolgens met je laarzen aan je broek te laten zakken en in een wc van één meter bij vijftig centimeter te stappen, onder een hoek van 25 graden. Als je dan uiteindelijk zit, is er iedere keer weer die uitdaging die je niet kunt weerstaan om in de spiegel naar buiten te kijken naar het water. Je weet dan 100% zeker dat je binnen een minuut echt zeeziek wordt omdat je brein niet kan bevatten wat er nu gebeurt door het spiegelbeeld en compleet de balans kwijt is.
Ben je klaar, dan is het niet een kwestie van doortrekken. Nee, eerst moet je ondersteboven in de gootsteenkast de afsluiters open doen en pomp je (met de hand) het zeewater in de wc en vervolgens pomp je het water weer weg door de hendel om te zetten. Daarna duik je weer in de gootstleenkast om de afsluiters weer dicht te doen. Voor ons is dat vanzelfsprekend maar voor opstappers en voor de kinderen moeten wij dit laatste meestal doen. Wanneer de afsluiters dicht zijn, begint de uitdaging in omgekeerde volgorde opnieuw.

Eten

Na een paar uur inslingeren in de kuip krijgen we trek. Dan hebben we de keuze om binnen een maaltijd op te warmen of buiten een zak chips met cola te nuttigen. Chips en cola helpen namelijk enorm bij misselijkheid. Als we toch kiezen voor koken dan zijn we blij dat Mirjam vooraf een paar maaltijden heeft bereid en hoeven we het alleen nog maar op te warmen.

Eten maken voor de komende dagen

We hebben een cardanisch fornuis wat meeslingert op de golven zodat de pan altijd horizontaal blijft. De kok staat niet cardanisch dus die moet zich vasthouden om op de been te blijven. Als het eten opgewarmd is, moet je je schrap zetten omdat je niet meer één hand voor de boot en één hand voor jezelf kunt hanteren. Je moet namelijk met één hand het bord vasthouden en met je andere hand het eten opscheppen. Het bord kun je niet op de aanrecht zetten want dat bord gaat er bij iedere golf vandoor. Je kunt hierdoor dus maar één bord per keer opscheppen en naar de kuip brengen. Bij harde wind is afwassen daarna ook niet echt mogelijk omdat door de helling van de boot het water niet meer wegloopt uit de wasbak en leggen we de vaatwas in de wasbak.

Wachten draaien

In deze periode van het jaar gaat de zon zo rond 18.00 uur onder en is het een uur later compleet donker, tenzij de maan er is, wat zeker niet altijd het geval is. Kiki en Noor gaan naar bed en voor ons begint het wachtlopen. Één van ons tweeën gaat slapen en voor de ander begint de wacht van drie uur. Drie uur op en drie uur af. Dat betekent overigens niet drie uur slapen.
Eerst moet je alle zeilkleding uitdoen, gaan liggen, een positie vinden zodat je niet alle kanten op wordt geslingerd en dan mag je proberen in een schreeuwerige achtbaan rustig in slaap te vallen.
Bij ieder piepje en kraakje ben je alert en weet je wat het is, totdat je een piepje of kraakje hoort wat je niet thuis kunt brengen, dan slaat je interne alarm af en ga je kijken wat er aan de hand is…. Daarna rustig in slaap vallen is er niet meer bij want de volgende wacht begint al bijna weer. Bij een meerdaagse tocht val je uiteindelijk makkelijker in slaap omdat je zo moe bent van het niet slapen.

Ritme

Na een dag of twee kom je in een ritme en knapt iedereen weer op. Naar binnen gaan is dan geen probleem meer en je lichaam is gewend aan de onbalans maar comfortabel is het nog zeker niet. We krijgen dan meer ruimte voor onze omgeving en kunnen genieten van de dolfijnen die rond de boot springen, de oneindige diepblauwe oceaan waar geen eind aan komt en die ons in een ‘staat van zijn’ brengt. Je kan dan uren naar de horizon staren, naar de golven, naar de altijd veranderende luchten of naar een imposante sterrenhemel totdat je een vallende ster ziet.

Staren naar de horizon

De tijd lijkt dan stil te staan en alle gedachten in je hoofd lijken te verdwijnen. Dan is er echt ruimte om te genieten en vindt iedereen zijn draai weer.

Land in zicht

Aan het eind van de reis doemt het land weer op. Dat is altijd een bijzonder moment. Het duurt dan vaak nog enkele uren voordat we bij de haven zijn. Hier wordt het ook meer opletten.

Land in zicht!

Het wordt drukker, het wordt ondieper en je moet de juiste ingang van de haven of de ankerplaats vinden. Eerst furlen we de genua in (dat is het oprollen van het voorste zeil wat dan om de stag heendraait tot het in zijn geheel is opgerold). We koersen daarna tegen de wind in en laten het grootzeil zakken. Mirjam gaat dan naar het voordek om het zeil op te doeken en de rits van de zeilzak rond de giek dicht te maken. Het zeil is gestreken en varen we op de motor naar de haven. Alle stootkussens komen weer uit de bakskist, de lijnen worden weer klaargelegd en we gaan naar de meldsteiger van de haven om een ligplaats aangewezen te krijgen. We proberen altijd achteruit de box in te gaan omdat je dan makkelijk van de boot kan afstappen maar soms is dat niet mogelijk omdat de haven smal is en je de draai niet kunt maken of dat het te hard waait. Als we dan in de box liggen, gaan de zwemvesten uit, rollen we de stroomkabel voor de walstroom uit, gaan de ramen open voor frisse lucht en ruimen we de spullen op. Meestal gaan we direct op zoek naar de douches om minutenlang te genieten van de luxe van een warme douche. Wanneer we gaan ankeren, dat wat we eigenlijk in de heel Carieb doen, moeten er uiteraard andere dingen gebeuren voordat we rustig in de kuip kunnen ontspannen. Misschien dat ik daar ook nog wel eens een blog over schrijf….

Genieten

Ondanks alle ontberingen, genieten we altijd intens van deze tochten. Misschien juist door de contrasten die we ervaren. Het nare gevoel van het inslingeren verdwijnt voor het gevoel van één zijn met de natuur. De blauwe plekken van het stoten gaan over in een beeld van de blauwe oceaan. Het gevoel van overwinning en ergens binnenvaren op eigen kiel overschrijft alle vervelende kanten van het zeilen. Ik zou het voor geen goud willen missen.